Ga naar de inhoud
Terug naar alle artikelen

“Alle vrouwen zijn toch bezig met lijnen en diëten?”

Anorexia nervosa

Wat voor Evi (36) begon als een onschuldig dieet, groeide langzaam uit tot een eetstoornis die haar leven overnam. Complimenten over haar slanke uiterlijk verhulden lange tijd de ernst van wat er speelde. Pas jaren later, na periodes van obsessief eten, extreem sporten en voortdurende zorgen over voeding en haar lichaam, drong het tot haar door: “Ik realiseerde mij dat ik te maken had met een eetstoornis en deze niet alleen kon overwinnen.” In een openhartig gesprek vertelt Evi hoe ze stap voor stap haar leven heeft teruggekregen.

Het perfecte plaatje

Het begon toen Evi vijftien was. Rond die leeftijd merkte ze dat haar relatie met eten niet gezond was. Toch maakte Evi zich er nog geen zorgen over. Ze had nooit ondergewicht gehad en voelde zich niet ziek. Bovendien worstelde haar moeder ook met eten, waardoor Evi niet meteen dacht aan een eetstoornis: “Alle vrouwen zijn toch bezig met lijnen en diëten? Dit voelde voor mij heel normaal.” De complimenten die ze kreeg over haar slanke uiterlijk versterkten dat gevoel alleen maar. “Mensen zeiden dat ik er goed uitzag,” deelt Evi, “Dat werkte de eetstoornis verder in de hand. Ik dacht: dit moet ik vasthouden.”

Langzaam maar zeker ging het van kwaad tot erger. Evi begon extreem weinig te eten, sportte obsessief en was voortdurend gefocust op voeding en haar lichaam. Eten werd voor haar een manier om controle te houden. “Op social media controleerde ik continu of iets gezond of ongezond was,” vertelt Evi, “Ik wilde voldoen aan het perfecte plaatje dat ik overal voorbij zag komen. Steeds weer dacht ik: wat vinden mensen van mij? Vinden ze me niet te dik?”.

Het besef dat ze een eetstoornis had, kwam niet in een keer. “Ik had met mezelf afgesproken dat ik na mijn reis naar Londen in 2023 weer normaal zou gaan eten,” vertelt Evi, “Maar in maart 2024 realiseerde ik me: dit gaat me niet lukken. Ik kan hier niet alleen uitkomen.”

De waarde van zelfregie

In het begin was het voor Evi spannend om hulp te zoeken, maar bij Co-eur voelde ze zich meteen thuis. Evi is lovend over haar behandeling: “Ik ben erg positief over Co-eur. Deze plek heb ik als veilig en ondersteunend ervaren. Mijn behandelaar is een lieve, warme vrouw die door mijn eetstoornis heen kon kijken en me veel zelfregie gaf. Dat voelde ontzettend fijn.”

Ondanks de vooruitgang die Evi boekte bij Co-eur, besefte ze dat ze meer hulp nodig had. Samen met haar behandelaar meldde Evi zich aan voor een klinische opname. In de kliniek leerde Evi loslaten en alles uit handen geven: wat ze at, wanneer ze at, met wie ze tijd doorbracht en zelfs hoeveel ze mocht bewegen. “Het was een belangrijke stap, maar wel de moeilijkste periode,” deelt Evi. Dankzij de steun van haar omgeving heeft Evi deze periode kunnen doorstaan. “Mijn man, ouders, vriendinnen en collega’s speelden een grote rol in mijn herstelproces,” vertelt Evi, “Zij steunden me volledig. Dat gaf me de rust om aan mezelf te werken.”

Schijncontrole van de eetstoornis

Evi erkent dat de eetstoornis haar een schijncontrole gaf: “Het lijkt alsof je de regie hebt, maar de eetstoornis bepaalt alles. Je raakt dus juist steeds meer controle kwijt. Dat is heel misleidend.” Ze beseft hoe ingrijpend haar eetstoornis was, ook voor mensen om haar heen: “Tijdens de behandeling moest ik mezelf beoordelen en gaf ik mezelf een heel laag cijfer. Toen dacht ik: als mijn dochter zo over zichzelf zou denken, zou dat mij enorm raken. Mijn moeder hoorde mijn zelfbeoordeling ook. Dat moet pijnlijk voor haar zijn geweest.”

Tegenwoordig kijkt Evi anders naar zichzelf: “Soms heb ik nog last van een negatief zelfbeeld, maar ik accepteer mijn lichaam. Ik ben gezond en hoef niet meer te streven naar het perfecte plaatje.” Met een glimlach voegt Evi toe: “Uren op de loopband staan? Dat zou ik nu nooit meer doen. Ik ben dat ding helemaal beu.”

Voor iedereen die worstelt met een eetstoornis heeft Evi een duidelijk advies: “Erken het probleem, kies voor jezelf en zoek hulp.” Volgens Evi gaat herstel om meer dan alleen lichamelijk beter worden: “Het gaat om je leven terugkrijgen. Ik kan weer volwaardig lid zijn van de maatschappij, ik kan weer moeder zijn, lachen en huilen én genieten van mijn kinderen. Mijn leven terugkrijgen; dat is alles.”