“Ik dacht: wat kunnen zij nog doen wat anderen niet is gelukt?”
Ik vind het moeilijk om precies te zeggen wanneer mijn eetstoornis begon. In 2022 verloor ik mijn vader. Er gebeurden in die periode dingen in mijn leven waar ik weinig controle over had. Ik merkte dat ik die controle ergens anders ging zoeken. Ik ging meer sporten, mijn eten afwegen, mezelf wegen en veel bewegen. Dat waren dingen waar ik voor mijn gevoel wél controle over had. Op dat moment gaf die controle mij iets wat ik nodig had. Maar uiteindelijk ging het me steeds meer in de weg zitten. Ik merkte het in mijn sociale leven, op school, tijdens mijn werk en aan mijn energie. Op een gegeven moment voelde ik: zo wil ik niet verder.
Voordat ik bij Co-eur kwam, had ik al verschillende soorten hulp geprobeerd. Ik ben bij een psycholoog en een diëtist geweest en heb hypnotherapie geprobeerd. Sommige dingen hielpen mij een stukje verder, maar niet genoeg. Uiteindelijk kwam ik via mijn huisarts bij Co-eur terecht. Ik liep toen al ongeveer twee jaar met mijn eetstoornis rond en was best sceptisch. Ik dacht: wat gaan zij nou doen wat anderen al hebben geprobeerd en niet is gelukt? Tegelijkertijd was ik er zelf ook klaar mee. Ik wilde heel graag dat er iets veranderde, maar wist niet goed hoe.
Tijdens mijn behandeling merkte ik hoe belangrijk de klik met mijn behandelaar voor mij was. Je deelt veel persoonlijke dingen met iemand. Dan helpt het als je je prettig genoeg voelt om alles te vertellen. Ik heb eerst gesprekken gehad met iemand bij wie ik die klik minder voelde. Later kwam ik bij een andere behandelaar terecht en met haar had ik een hele goede klik. Daarom zou ik anderen ook willen meegeven: voel je die klik niet, probeer het dan te bespreken. Naast de gesprekken kreeg ik psychomotorische therapie (PMT). Daar had ik zelf nooit aan gedacht en ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten. Toch heeft het mij veel gebracht. Tijdens gesprekken kon ik vertellen wat er in mij omging. Bij PMT werden dingen juist zichtbaar en voelbaar. Vooral bij mijn zelfbeeld hielp dat mij. Ik leerde opnieuw naar mezelf te kijken en meer op mijn eigen gevoel te vertrouwen.
Ook mijn omgeving speelde een belangrijke rol. Mijn moeder en mijn vriend zijn mee geweest naar gesprekken. Dat vond ik eerst spannend, omdat ik hen niet wilde belasten. Toch zorgde het ervoor dat zij beter begrepen wat er in mij omging en hoe ze mij konden helpen. Soms had ik namelijk een klein zetje nodig. Ik weet nog dat ik ergens zei dat ik eigenlijk wel een wafel wilde. Mijn vriend kwam terug met twee. Daar zat ik op dat moment natuurlijk helemaal niet op te wachten. Maar juist zulke momenten hielpen mij. Iets kon in mijn hoofd heel groot voelen. Door het toch te doen, ontdekte ik dat het vaak minder groot was dan ik dacht.
Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik tijdens mijn behandeling heb geleerd. Minder sporten, iets anders eten of een gewoonte doorbreken vond ik spannend. Maar iedere keer als ik het toch deed, ontdekte ik: ik kan dit aan. Mijn behandelaar zei dan eigenlijk: kijk, je zit er nog. Hoe moeilijk het ook voelde, je kon het wel aan. Die gedachte helpt mij nog steeds. Als iets ongemakkelijk voelt, betekent dat niet dat ik het niet kan. Door moeilijke dingen toch te proberen, kreeg ik steeds meer vertrouwen in mezelf.
Mijn behandeling bij Co-eur is inmiddels afgerond. Als ik iets mag meegeven aan iemand die twijfelt over hulp, dan is het om het toch te proberen en ervoor open te staan. Misschien heb je al andere dingen geprobeerd. Misschien vind je het spannend of weet je niet wat je kunt verwachten.
Maar als je het niet probeert, weet je ook niet wat het je kan brengen. Ik heb geleerd dat moeilijke dingen kleiner kunnen worden door ze juist wél te doen. En dat je vaak sterker bent dan je zelf denkt.